STRATEGISCH MANAGEMENT

MISSIE


De missie omschrijft wat de kernopdracht is van het Psychiatrisch Ziekenhuis Sint-Jan (Eeklo)

* Wat is onze bestaansreden?
* Voor wie bestaat ons ziekenhuis?
* Wat doen we?

Zie rubriek 'missie - visie en waarden'

VISIE


De visie zegt ons waar we op lange termijn willen staan met onze organisatie. Wij hebben een algemene visie en een inhoudelijke explicitering in onze visie op hulpverlening.
De visie sluit steeds aan bij de missie en belicht de 4 perspectieven vanuit de balance score cards.
* De gewenste continuïteit
* De klantenwensen
* De gewenste interne processen
* Het gewenste innovatie- en leervermogen

Zie rubriek 'missie - visie en waarden'

VISIE OP HULPVERLENING

 
Met deze visietekst willen we expliciteren waar het PZ Sint-Jan op langere termijn wil staan. Deze visie sluit aan bij de missie van het ziekenhuis en wordt verder opgevolgd in de strategische en operationele doelstellingen. Meer specifiek richt de visietekst zich op de kernprocessen van diagnostiek, behandeling en rehabilitatie.

Algemene situering

Het psychiatrisch ziekenhuis Sint-Jan heeft de mogelijkheid om behandeling te bieden aan 211 patiënten en bestaat uit drie behandelcircuits: algemene psychiatrie, dubbeldiagnose en ouderenpsychiatrie. In deze behandelcircuits treffen we een grote diversiteit aan van psychiatrische problemen. De complexiteit van elk individueel psychiatrisch probleem impliceert dat het psychiatrisch ziekenhuis staat voor een multimodale werking afgestemd op de individuele aard van de problematiek. Het persoonlijk verhaal van de patiënt wordt ondersteund door diverse objectiverende methodieken. Wat niet meetbaar is (de subjectieve beleving) staat het meetbare (de symptomatologie) niet in de weg en vice versa. Dit betekent in de klinische praktijk aandacht voor een continue dialoog en complementariteit tussen menswetenschappelijke en neurowetenschappelijke invalshoeken. Noch de farmacologische, noch de cognitief-gedragstherapeutische, noch de psychodynamische invalshoek kunnen zich immers elk afzonderlijk beroepen op het panacee van de psychiatrische hulpverlening.

De psychiatrische patiënt is afhankelijk van de kwaliteit van zorg die geboden wordt door de zorgverleners. De kwaliteit van de zorg impliceert zowel professionele deskundigheid met aandacht voor uitkomstmetingen als een respectvolle relatie. Adequate bejegening is een van de meest belangrijke randvoorwaarden voor goede zorg - en dienst verlening. Hieronder verstaan we o.a. het informeren van de patiënt en zijn familie, het respecteren van de eigen levenssfeer van de patiënt met betrekking tot zijn behandelplan en het regelmatig peilen naar de tevredenheid over de behandeling en het verblijf.

1. Multimodaal en geïntegreerd therapieaanbod

Multimodaliteit in het PZ betekent dat de behandelafdelingen een therapeutisch hoofdmodel hebben (die de indetiteti van de afdeling bepaalt) naast andere invalshoeken (bv. farmacologie).

Voor de ouderenpsychiatrie kunnen we dat omschrijven als het neurowetenschappelijk model, ondersteund door cognitieve en interpersoonlijke psychotherapie. Voor de Dubbeldiagnose en de dagkliniek het psychodynamisch model en voor de Algemene psychiatrie de cognitieve gedragstherapie.

Naargelang de therapeutische indicatie zal de hulpverlener in de relatie met de patiënt een meer neutrale, abstinente houding aannemen of zal de therapeut meer zijn invloed aanwenden om de patiênt tot verandering te brengen.

Multimodaliteit of multimethodisch werken impliceert dat wij niet opteren voor het consequent toepassen van één type behandeling ongeacht de problemen en de kenmerken van de patiënt.

De primaire oriëntatie van een behandelafdeling is niet a priori incompatibel met het toepassen van farmacologische, experiëntiële, systemische, psychodynamische, gedrgstherapeutische en cognitieve interventies, noch met psycho-educatie of vaardigheidstrainingen. In de complementariteit van deze therapeutische invalshoeken worden de beperkingen van de eigen theorie en bijhorende praktijk erkend.

In dit brede therapeutische aanbod gaat het om een andere technische bovenbouw op het gemeenschappelijke fundament van de therapeutische relatie. In de opdrachtverklaring spreken we over de centrale rol en plaats van de ontmoeting. Deze 'ontmoeting' speelt zich af binnen een welomschreven relatietype, namelijk de therapeutische alliantie, die fundamenteel is voor het slagen van om het even welke vorm van (psycho)therapie. De effectiviteit van (psycho-)therapie wordt niet alleen bepaald door een juiste indicatie van methoden en technieken met hun veronderstelde werkzaamheid, maar eveneens door relationele en interpersoonlijke factoren.
Algemeen kan de therapeutische relatie omschreven worden als de overeenstemming tussen patiënt en therapeut in de doelen en de taken van de behandeling. Hiermee leggen we de nadruk op de relationele ontmoeting die de verhouding tussen patiënt en hulpverlener steeds is. De cognitief gedragsgerichte hulpverlener zal hierbij aandacht hebben voor mogelijke alliantiebarsten en proberen deze te repareren via het exploreren van de achterliggende disfunctionele 'interpersoonlijke schema's'. De psychodynamisch georiënteerde hulpverlener zal focussen op de storende aspecten van de overdrachtsrelatie.

Psychisch lijden kan vele vormen aannemen. De meest vertrouwde vorm is die van een klacht gekoppeld aan de vraag om van de klacht verlost te worden. Bij de psychodynamische benadering gaan we uit van indicaties dat er zich in het symptoom onbewuste antwoorden op belangrijke levensvragen kristalliseren. De aanpak zal zich richten op het beluisteren van de klacht met de (impliciete) vraag naar het aandeel/verantwoordelijkheid van de patiënt. Daarnaast kunnen ook andere causale mechanismen aan de basis liggen van de klacht (organiciteit, leerprocessen, systemische oorzaken, ...) De vraag hoeft niet per definitie als weerstand beschouwd te worden. Gefundeerd op een goede therapeutische relatie kunnen wetenschappelijk onderbouwde therapievormen het psychisch lijden van de patiënt verlichten. Bij patiënten met neurodegeneratieve aandoeningen worden we geconfronteerd met een organische etiologie. Dit betekent dat we in het contact met de patiënt rekening houden met de effecten van de cerebrale deterioratie op het psychisme. Via een validerende aanpak zal men bijvoorbeeld trachten om de cognitieve dysfuncties bij verder gevorderde dementerenden zo weinig mogelijk te laten wegen op de eigen beleving van de patiënt en op het contact tussen patiënt en hulpverlener.

2. Diagnostiek

Van een psychische stoornis is er sprake wanneer aan drie voorwaarden is voldaan. In de eerste plaats betreft het een gedrag of beleving dat afwijkt van de sociale norm, dat afwijkend is voor wat in de populatie als 'normaal' geldt. Het 'abnormale' wordt dan een signaal, een teken, een symptoom. Ten tweede dient dit afwijkend gedrag/beleving psychisch lijden of ongemak bij de betrokkene of zijn omgeving met zich mee te brengen. M.a.w. het 'afwijkend' gedrag kan pas als een 'stoornis' worden beschouwd als het een duidelijke subjectieve of objectieve hinder impliceert voor de betrokkene en/of zijn omgeving. Ten derde kan er slechts sprake zijn van een psychische stoornis indien er een wetenschappelijke consensus bestaat omtrent de kenmerken van de stoornis.

Op grond van deze uitgangspunten veronderstelt de psychopathologie, net als elke andere wetenschap, een gemeenschappelijke taal om de kenmerken van de stoornissen te beschrijven en te ordenen.

Deze beschrijvende diagnostiek wordt ons geleverd door de DSM (Diagnostic and Statistical Manual). De DSM levert een syndroombenadering (een groep van dikwijls samen optredende symptomen) waarmee echter geen uitspraak wordt gedaan over de aard van de symptomen, noch over de etiologie. De DSM biedt evenwel het voordeel dat we over een meer-assig diagnostisch systeem beschikken. Het biedt de mogelijkheid ook aandacht te schenken aan de persoonlijkheidsstructuur en houdt rekening met het lichamelijk en psychosociaal functioneren.

Naast de beschrijvende diagnostiek doen we ook beroep op een meer objectiverende en systematische benadering. Hieronder valt enerzijds het gebruik van systematische observaties aan de hand van een nauwkeurig en betrouwbaar instrumentarium (observatieschalen), anderzijds het gebruik van psychometrische instrumenten (vragenlijsten en projectietests). Dit meten van de psychopathologische verschijnselen is een hulpmiddel en geen doel op zich.

De ontmoeting en het gesprek met de patiënt blijven de meest belangrijke weg om toegang te krijgen tot de (psychopathologische) belevingswereld van de psychiatrische patiënt. De vorm en de inhoud van dit gesprek worden bepaald door de relatie tussen de hulpverlener en de patiënt en zijn professionele rol hierin. Het gaat hier om een diagnostisch gesprek geleid door een teamlid (psychiater, psycholoog, verpleegkundige, maatschappelijk werker, enz. ) toegespitst op de gedragingen, gedachten en emoties van de patiënt. Dit diagnostisch gesprek beoogt in de regel een zo volledig mogelijk beeld te verkrijgen van de anamnese alsook een beoordeling van de psychische toestand van de patiënt. Het is essentieel dat het teamlid hierbij in staat is mogelijke storende aspecten van de eigen persoon te herkennen en bij te sturen.

Op basis van de hierboven vernoemde diagnostische interventies wordt een werkhypothese opgesteld over de mogelijke verklaring van de psychopathologie. Hiervoor zijn diverse theoretische modellen ter beschikking. Deze theoretische modellen voegen een theoretische verklaring toe aan de voorafgaande observaties en metingen. De drie grote paradigma's zijn hierbij het psychodynamisch kader, de systeemtheorie en de leerpsychologie.

Deze grote theoretische kaders gaan terug op twee sterk verschillende methodologieën, de hermeneutiek en het empirisme. Eerstgenoemde ziet de menselijke gedragingen als geleid door een subjectieve zingeving en maakt gebruik van deterministische interpretaties. Het empirisme stoelt op observeerbare en meetbare eenheden waarvan de samenhangg verloopt volgens oorzakelijke wetmatigheden.

Het PZ opteert niet voor een reductionistische benadering waarbij alle stoornissen vanuit één model worden verklaard. De psychiatrische problematiek is een samenspel van meerdere factoren met circulaire interacties. Hierbij besteden we ook aandacht aan mogelijke predisposities (zoals bijvoorbeeld het kwetsbaarheidsmodel bij de psychose maar anderzijds staan we ook kritisch tegenover een pessimistische antropologie), aan uitlokkende en aan bestendigende factoren.

3. Rehabilitatie

Rehabilitatie beschouwen we als het proces waarbij een persoon met verminderde psychische mogelijkheden geholpen wordt om zo optimaal mogelijk gebruik te maken van zijn resterende capaciteiten of ondersteund wordt in het zich eigen maken van nieuwe vaardigheden, interesses en/of capaciteiten, om te kunnen functioneren in een zo normaal mogelijke sociale context. De rehabilitatie richt zich dus op de sociale gevolgen van de psychopathologie. Er wordt geprobeerd de stigmatiserende status te doorbreken. Er is geen reden om bij 'ziekte' alle andere rollen uit iemands leven weg te vegen. Ze bieden juist belangrijke aanknopingspunten voor het maatschappelijk herstel.

WAARDEN


Waarden zijn idealen, motieven, omgangsvormen die men als organisatie nastreeft en wil naleven om de missie en de visie te kunnen realiseren.
zie missie-visie en waarden.

Vanuit deze waarden zijn tevens de kernwaarden van de organisatie binnen het domein competentiemanagement geformuleerd.

Samenwerking: zich binnen het kader van de missie en visie kunnen scharen achter gezamenlijke doelstellingen, deze mee te helpen formuleren en verwezenlijken.

Verantwoordelijkheid: is bereid om ervoor te zorgen dat iets goed functioneert en bereid om zich te verantwoorden voor keuzes en handelingen.

Voortdurend leren: de openheid om permanent te leren en zich professioneel te blijven ontwikkelen binnen een lerende organisatie.

Klantgerichtheid: de legitieme behoeften van verschillende soorten (externe en interne) klanten onderkennen en er adequaat op reageren.

Zie rubriek 'Missie - visie en waarden'